José en Willem-Jan met pleegzoon Stefan en moeder Inge uit Beuningen
“Mijn man en ik hebben al drie zoons, dus die ene erbij maakt toch niet meer zoveel uit. Zij zijn ook echt als broers voor hem. Het is ook altijd als ze hier binnenkomen van ‘hé broer!’. Ja, dat gaat gewoon heel leuk.” Inmiddels is iedereen het huis uit. “Nu krijg ik alle aandacht.” grapt Stefan.

We worden verwelkomd in een prachtige woning in Beuningen. Daar ontmoeten wij een bijzondere familie. José is getrouwd met Willem-Jan en samen hebben zij drie volwassen zoons van 24, 28 en 31 en een pleegzoon, Stefan van 17. De oudste drie zijn inmiddels het huis uit en gesetteld. Stefan woont sinds 3 jaar bij het gezin en is de zoon van José's zus Inge.

Het begon allemaal toen Stefan één was. Het noodlot slaat toe, zijn vader overlijdt. Het was een verdrietige situatie. Hierna is er altijd veel hulp geweest voor Inge, zodat zij zoveel mogelijk zelfstandig kon functioneren. José vertelt: “Door de beperkingen van mijn zus, in combinatie met haar doofheid, zorgde Stefan al vanaf een jonge leeftijd voor zijn moeder. Hierdoor heeft Stefan weinig kind kunnen zijn. Hij kwam al veel bij ons om een stukje geborgenheid te krijgen en even helemaal kind te kunnen zijn.” Ondertussen stapelde de hulp bij moeder Inge zich langzaam op. Er kwamen steeds meer hulpverleners, wat erg moeilijk en zwaar was voor Inge. Tegelijkertijd kwam Stefan langzaam in de pubertijd, dit zorgde voor een stroeve communicatie tussen Inge en Stefan.

De situatie was voor Inge niet meer houdbaar. Toen is Stefan op zijn 14e bij José en Willem-Jan in huis gekomen waardoor de extra ondersteuning bij Inge niet meer nodig was. Dit gaf rust bij Inge. Er kwam een regeling tot stand. In de weekenden ging Stefan naar zijn moeder en gedurende de rest van de week verbleef hij bij José en Willem-Jan. De ruzies tussen Inge en Stefan werden minder en dit zorgde voor een betere band tussen hen. José glimlacht naar Inge. “Je hebt het al die tijd hartstikke goed gedaan.” Inge vertelt dat ze het af en toe wel lastig vond dat Stefan niet meer thuis woont. “Nu is hij bijna achttien, je moet hem toch wel een beetje loslaten.”

Stefan vertelt: “Ik woon nu drie jaar hier, ik vond het niet speciaal of bijzonder. Het was gewoon zo. Ik voel mij hier heel erg thuis.” José lacht: “Mijn man en ik hebben al drie zoons, dus die ene erbij maakt toch niet meer zoveel uit. Zij zijn ook echt als broers voor hem. Het is ook altijd als ze hier binnenkomen van ‘hé broer!’. Ja, dat gaat gewoon heel leuk.” Inmiddels is iedereen het huis uit. “Nu krijg ik alle aandacht.” grapt Stefan.

Logisch besluit

“We hebben altijd gezegd, zelfs toen Stefan nog thuis woonde, 'in de pubertijd zal hij wel naar ons toe komen'. Dus voor ons was het heel logisch. Alleen hier moet je naartoe werken. Ook Inge moest daar aan toe zijn. Toen we met ons voorstel kwamen zeiden we eerst, laten we het week op week af proberen.” Een hele week bij José en een hele week bij Inge. Maar al snel kwamen er vraagstukken vanuit Inge als: “wie helpt er met zijn huiswerk?”. Kan hij dan niet alsnog door de week bij José komen? Dat werd te veel. Toen is de afspraak gekomen, door de week bij José en in de weekenden bij mama. Tijdens deze weekenden gaat Inge mee naar Stefans voetbalwedstrijden en hebben ze andere leuke moeder zoon momenten.

- verhaal gaat verder onder de familiefoto's -

Moeilijke momenten

“Af en toe was en is het moeilijk, maar het besluit was van Inge. Dat maakt het een goede situatie.” Volgens José en Willem-Jan is pleegzorg heel fijn omdat er hierdoor een officieel tintje aan wordt gegeven. Op momenten dat het wat moeilijker gaat, zijn ze er ook voor het gezin. “Je zussen verhouding wordt toch wel heel anders,” zegt José. Stefan geeft aan dat hij het af en toe wel moeilijk vond, maar dat hij niet beter weet. Het is niet iets waar hij invloed op heeft gehad.

Van neven naar broers

De relatie tussen Stefan en de zonen van José en Willem-Jan is ook veranderd. Stefan zegt: “Hiervoor waren het wel echt mijn neven, en nu zijn het toch wel meer mijn broers. Ook de relatie met mijn moeder is echt beter geworden.” De familie woont op slechts twee minuten lopen van elkaar. José geeft aan dat toen Stefans vader overleed, ze al dachten dat Inge wat extra ondersteuning nodig zou hebben. Toen Stefan twee was is het oude huis verkocht en zijn hij en Inge om de hoek gaan wonen bij José en Willem-Jan. “Kind aan huis was hij al, en nu dus ietsje meer.” Hiernaast is Stefan volgens zijn pleegouders een heel makkelijk kind. “We hebben letterlijk één keer ruzie gehad. Dat ik helemaal van slag was dat we ruzie hadden. Het leukste was dat het nergens over ging.” Zegt José. “Je hebt hem er makkelijk bij.”

Vrijdagavond traditie

Stefan zegt dat hij het ’t allermooiste vindt dat hij zich echt thuis voelt bij José en Willem-Jan. “Eigenlijk heel normaal.” Normaal is in dit geval al heel fijn. Stefans moeder Inge geeft aan dat het belangrijk is dat je vertrouwen hebt in het proces, meer niet. Ze is dankbaar dat Stefan bij haar zus woont. De overgang van het ene naar het andere adres is altijd op vrijdagavond waarop ze gezamenlijk bij José en Willem-Jan thuis eten. Verder is Inge altijd aanwezig bij belangrijke gebeurtenissen zoals verjaardagen en trouwerijen.

Pleegzorg

De begeleiding van entrea lindenhout is erg nuttig, geven José en Willem-Jan aan. “Soms is de boodschap wat minder prettig, of moeten er dingen geregeld worden, dan is het fijn dat er een derde persoon bij is. Wij zijn toch zussen. Met name in tijden van onrust is het wel fijn dat de begeleiding er is. Ook voor Stefan is het een extra aanspreekpunt als hij het wat moeilijker heeft.”

José geeft aan dat pleegzorg wel iets is waar men goed over na moet denken: “Kinderen zijn geen speelgoed dat je in huis haalt. Ze hebben jouw onvoorwaardelijke liefde nodig, net als andere of je eigen kinderen. Daar moet je je wel echt goed bewust van zijn. Dan kan je echt iets heel moois opbouwen. Een grote verantwoordelijkheid en iemand naar een stabiele volwassenheid zien te krijgen, het gevoel van verantwoordelijkheid is bij een pleegkind dubbel zo groot. Vooral omdat je weet dat het kind al zoveel heeft meegemaakt.”